Belaging via Facebook is geen drukpersmisdrijf: het Hof van Cassatie verduidelijkt het onderscheid tussen doel en middel

Wie iemand lastigvalt via sociale media begaat geen drukpersmisdrijf, ook niet wanneer de berichten publiek worden geplaatst. Dat verduidelijkt het Hof van Cassatie in een arrest van 11 februari 2026, met een scherp onderscheid tussen het doel van de handeling en het middel waarmee ze wordt gesteld.

Wat was er aan de hand?

Een vrouw werd vervolgd wegens belaging.

Ze zou haar ex-correspondent jarenlang hebben lastiggevallen via Messenger, Facebook en andere sociale media, met dreigende berichten, denigrerende commentaren en foto’s van anderen zonder hun toestemming.

De correctionele rechtbank te Namen beval haar internering.

Het hof van beroep te Luik besliste echter dat het onbevoegd was: de berichten op sociale media zouden drukpersmisdrijven zijn, en die behoren tot de bevoegdheid van de jury. De zaak moest dus voor het Hof van Assisen.

Wanneer is er sprake van een drukpersmisdrijf?

Van oudsher is er sprake van een drukpersmisdrijf wanneer drie elementen samenkomen: de feiten betreffen een meningsuiting, die meningsuiting is op zichzelf strafbaar, en het misdrijf werd gepleegd via de drukpers of een gelijkaardig procédé waarbij aan de woorden daadwerkelijke openbaarheid wordt gegeven.

Het Hof van Cassatie herinnert eraan dat een drukpersmisdrijf een misdrijf is waarvan het bestaan enkel kan worden vastgesteld door de schuld vast te stellen van een gedachte die is vastgelegd in een gepubliceerde tekst. Met andere woorden: de meningsuiting zelf moet de kern van het verwijt zijn.

Het cruciale onderscheid: doel versus middel

Het Hof maakt een scherpe tweedeling.

Wanneer de publicatie van een gedachte of mening zelf het misdrijf uitmaakt, is er sprake van een drukpersmisdrijf.

Maar wanneer sociale media louter het middel zijn om een ander doel te bereiken, in dit geval iemand belagen en schade toebrengen, is dat niet het geval.

Het online plaatsen van een foto van iemand zonder diens medeweten, met als doel diens rust te verstoren, is geen meningsuiting en dus geen drukpersmisdrijf.

Iemand bekritiseren of gevoelens uiten, zelfs woede, met als enig doel te belagen, valt evenmin onder de grondwettelijke bescherming van de vrije meningsuiting in de zin van artikel 150 van de Grondwet.

Sociale media zijn in dergelijke gevallen het instrument van de belaging, niet de kern van het verwijt. De correctionele rechtbank blijft dan ook bevoegd.

In een tijdperk waarin pesten, stalken en intimidatie zich grotendeels online afspelen, is deze verduidelijking van praktisch belang.

Slachtoffers van online belaging hoeven niet te vrezen dat hun zaak verzandt in een discussie over juryrechtspraak.

Het correctionele spoor dat sneller en toegankelijker is blijft open.

Het arrest bevestigt bovendien dat de grondwettelijke bescherming van de persvrijheid niet mag worden ingeroepen als schild voor online intimidatie waarbij de meningsuiting louter een middel is, niet het doel.

Heb je vragen over dit arrest of over jouw situatie? Contacteer ons en verkrijg professionele begeleiding bij jouw dossier.

Korte Lozanastraat 9
2018 Antwerpen
Tel: 03 233 40 79
Fax: 03 233 57 97
Mail: dumoulin@advocaat-dumoulin.be

Sitemap
Privacyverklaring

Volg ons

Openingsuren

Ma: 9:00 – 17:30
Di: 9:00 – 17:30
Wo: 9:00 – 17:30
Do: 9:00 – 17:30
Vr: 9:00 – 13:00
Za: gesloten
Zo: gesloten

Contacteer ons

Advocaat du Moulin & Partners - Korte Lozanastraat 9 - Antwerpen